Het verhaal: van GripOpCrisis naar CrisisRadar
GripOpCrisis begon als een gerichte oplossing voor crisisbeheersing: een centrale plek waar een crisisteam tijdens een incident overzicht hield over feiten, besluiten, taken en communicatie. Die focus op de acute respons was de kern, en crisisteams gebruikten het platform vooral op het moment dat het er echt toe deed: tijdens de crisis zelf.
Gaandeweg bleek dat diezelfde behoefte aan overzicht en structuur niet alleen tijdens een crisis speelt. Organisaties wilden ook vooraf signalen kunnen volgen, zodat een dreigende situatie eerder in beeld komt. En ze wilden na afloop kunnen evalueren, zodat de lessen van de ene crisis meegaan naar de volgende oefening of het volgende incident. Het platform groeide daarom mee, van een instrument voor crisisrespons naar een breder platform voor de hele cyclus: signaleren, reageren en evalueren.
Die bredere scope paste niet meer bij de oorspronkelijke naam. GripOpCrisis verwees vooral naar het moment van de crisis zelf. De nieuwe naam, CrisisRadar, maakt in één woord duidelijk wat het platform inmiddels doet: continu signaleren zoals een radar dat doet, niet alleen grip houden op het moment zelf.
Voor gebruikers die het platform al kenden onder de naam GripOpCrisis, verandert er in de praktijk niets aan wat zij al hadden opgebouwd. Zij zijn overgegaan naar de nieuwe omgeving op app.crisisradar.com, met hun account, hun gegevens en hun functionaliteit intact. De vertrouwde werkwijze blijft, alleen naam en jasje zijn vernieuwd.
De methodiek die niet is veranderd
Een nieuwe naam en een nieuw jasje veranderen niets aan de vakmethodiek waarop CrisisRadar is gebouwd. Deze methodes zijn niet door het platform bedacht, maar komen uit de Nederlandse crisisbeheersing en worden dagelijks gebruikt in crisisteams door het hele land. Ze vormen de basis onder de schermen van het platform, maar staan ook op zichzelf: u kunt ze net zo goed op een whiteboard toepassen als in een app. Hieronder vindt u de vier belangrijkste kort toegelicht, als naslag los van welk platform u ook gebruikt.
BOB-besluitmodel
Het standaard besluitvormingsmodel binnen Nederlandse crisisteams, van CoPI tot ROT, GBT en RBT. Beeldvorming: een gezamenlijk feitenbeeld opbouwen, met een scherp onderscheid tussen wat u weet en wat een aanname is. Oordeelsvorming: de betekenis van die feiten wegen en de dilemma's benoemen. Besluitvorming: een actie kiezen en beleggen wie die uitvoert.
CRASSU-methodiek
Een methodiek om tijdens een crisis snel tot een heldere kernboodschap te komen: Context, Rol, Actie, Stappen, Stijl en Uitvoer. De kernboodschap zelf bouwt u op rond vier pijlers die een lezer nodig heeft: we weten, we doen, we staan bij u en we komen terug. Zo ontstaat in korte tijd een boodschap die staat.
FGE-model
Een raamwerk om binnenkomende signalen tijdens een crisis te ordenen: Feiten, Geruchten, Emoties, aangevuld met openstaande Vragen. Door meldingen, signalen uit de omgeving en berichten op social media in deze vier categorieën te plaatsen, ontstaat sneller één gedeeld omgevingsbeeld waarop het team zijn beeldvorming baseert.
GRIP-structuur
De Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure, de Nederlandse opschalingsstructuur bij incidenten. De niveaus lopen van GRIP 1, bronbestrijding op de plek van het incident, tot en met GRIP 5, waarbij meerdere veiligheidsregio's tegelijk opschalen. GRIP is geen wettelijke regeling, maar staat wel in de regionale crisisplannen van alle 25 Nederlandse veiligheidsregio's.
Internationale aanvulling: CERC en SCCT
Naast de Nederlandse basis van BOB en GRIP bestaan er internationale modellen die dezelfde kern vanuit een andere hoek belichten. Een bekend voorbeeld is CERC (Crisis and Emergency Risk Communication), een raamwerk van de Amerikaanse gezondheidsautoriteit CDC. CERC werkt met zes principes voor communicatie tijdens crises: wees eerst, wees juist, wees geloofwaardig, toon empathie, promoot handelen en toon respect. Deze principes sluiten nauw aan bij de Beeldvormings- en Oordeelsvormingsfase van BOB: ook hier draait het om snel, eerlijk en met begrip communiceren, zonder op de feiten vooruit te lopen.
Een tweede aanvulling komt uit de wetenschap: de Situational Crisis Communication Theory (SCCT) van onderzoeker Timothy Coombs. SCCT koppelt het type crisis en de mate waarin een organisatie verantwoordelijk wordt gehouden aan een passende responsstrategie, van ontkennen tot herstellen. Waar BOB en CRASSU vooral helpen bij het proces tijdens een crisis, helpt SCCT ook vooraf en achteraf: welke toon en strategie passen bij deze situatie, en wat doet dat met hoe mensen de organisatie daarna beoordelen.
Beide modellen vervangen de Nederlandse methodiek niet, maar zijn nuttig aanvullend gedachtegoed, zeker voor organisaties die internationaal of in een Engelstalige context communiceren.
Waarom deze kennis blijft werken, ook met AI erbij
AI verandert vooral het tempo, niet de methodiek zelf. In het huidige CrisisRadar-platform helpt AI vooral in de Beeldvormingsfase van BOB: signalen sneller ordenen tot een gedeeld feitenbeeld, zodat een team niet vastloopt in losse berichten. Ook bij het toepassen van CRASSU helpt AI, door snel een conceptkernboodschap op te stellen die het team verder afmaakt.
Wat niet verandert: de Oordeelsvorming en Besluitvorming blijven mensenwerk. Een team weegt de dilemma's, kiest de actie en is en blijft verantwoordelijk voor het besluit en de communicatie die daaruit volgt. AI levert sneller een concept, de crisisorganisatie beslist en ondertekent.
Meer lezen over AI in crisiscommunicatie? Bekijk aicrisiscommunicatie.nl.
U kunt vanaf nu inloggen op het platform via de nieuwe omgeving. Uw account en gegevens zijn gewoon meegegaan.